De vrouw

Ze is mooi. Bloedmooi. Niet perfect volgens algemene maatstaven, dus mooi volgens die van mij. Perfect, in mijn ogen. En haar ogen zijn bruin. Met een fonkeling zoals je die alleen ziet als je op een heldere nacht naar de hemel kijkt en sterren telt. Ze heeft lange wimpers, ook. En een glimlach die me bij het zien ervan weer eventjes doet voelen alsof ik twaalf jaar oud ben. Nagenoeg zorgeloos, licht in mijn hoofd, warm van binnen. Verliefd. Alsof m’n buik een vlindertuin is. Ik vind haar knap. Haar blik kent een bepaalde goedheid, die me rustig maakt. Zelfs mijn gedachten stotteren als ik aan haar denk, zo nerveus word ik ervan. Maar positief nerveus. Niet basisschoolspreekbeurtnerveus, maar mooi nerveus. Alleen maar positief nerveus. Heus. Lees verder

Advertenties