Dip

De dip, wie kent hem niet. En wat roepen we er allemaal bij: “Ik ben zooo depri”. 

Ik riep dat bij alles wat niet lukte. Tot ik vijf jaar geleden drie weken na de geboorte van mijn eerste telg zin had om haar zo hard als ik kon te knijpen. Wanneer ze jankte om de fles had ik zin om haar tegen de muur te gooien. Elk ding wat met haar te maken had voelde als te veel en vanaf het eerste moment dacht ik eigenlijk alleen maar “wanneer wordt dit eindelijk opgehaald?”

Vanaf het eerste moment dat ze bij mij werd gelegd, was de enige gedachte die door mij heen ging “GADVERDAMME HAAL DAT DING WEG”. Het was tijdens de zwangerschap al mis maar wij vrouwen gaan gewoon door. Ik dacht bij flauwvallen, kotsen en buien van hier tot Tokio “ja gek hè dat ik er soms doorheen zit”. Tot het moment dat ze drie weken was. Ik lag op bed met de kleine, mijn vriend was na drie weken verlof weer gaan werken. Ik knijp haar in haar beentje, er gaat een flits in mijn hoofd met zulke heavy shit en het enige wat ik heb gedaan heb op dat moment is mijn moeder bellen. “Mam, ik wil die kleine zo hard als ik kan knijpen. Dit is niet goed.” Dezelfde dag zat ik in het ziekenhuis bij de crisisdienst. Opnemen zou het beste zijn, waarop ik zei dat ik niet tussen die debielen ging zitten en dat ze mij straks nog in de nacht zullen vermoorden. Om een heel groot gedeelte weg te laten: het was verschrikkelijk. Twee keer per dag naar het ziekenhuis, alleen maar om niet opgenomen te worden. Als mijn vriend moest werken moest ik met die kleine bij mijn ouders zitten, want ze waren als de dood dat ik haar wat aandeed en mezelf ook.

Drie jaar later begon mijn man over een tweede. Ondanks alles wou ik er zo graag twee. Ik ben enig kind en mijn ervaring is dat ik het niet leuk vond. Een maand later was ik zwanger en ik dacht nog ,”nou bij nummer 1 was ik zo jong, veel stress etc etc”. Met 20 weken was ik nog depressiever dan bij de bevalling van nummer 1. Ik kon niet meer werken want ik was eigenlijk gewoon gek. Ik ben de hele zwangerschap elke maand wel opgenomen geweest om even bij te slapen. Ik wou alles controleren en vertrouwde niemand. Twee à drie dagen niet slapen met een baby in je lijf die energie vreet is topsport. Ik ben een het-klokje-rond-slapen-persoon en bij nummer 1 kon dat heerlijk. Nu kon het niet omdat er een kleine rond liep, maar ik kon niet slapen. Drie tot vijf uur op een nacht was het maximum.

Ik sla weer even een stuk over omdat er is zo veel is gebeurd, ik zou er een boek over kunnen schrijven. Met 34 weken kwamen ze op eens met de POP poli in het Lucas ziekenhuis in Amsterdam. Jankend zat ik op een ziekenhuisbed met mijn moeder, de gynaecoloog en de psycholoog om mij heen. Dit was de oplossing: een hele poli, juist voor mijn probleem. Deze gedachte duurde precies twee seconden en toen was ik er heilig van overtuigd dat als ik daar heen zou gaan ik er niet meer uit kwam of dat ze mijn kind zouden afpakken. “Nee, mammie blijft wel aankloten, wanneer die baby eruit is dan gaat alles weer goed.” Ik slikte van alles en nog wat, knalde overal doorheen of ik had weer ergens gelezen dat het helemaal niet goed voor de kleine was. Ik zat nu aan de pillen. Dat kon echt geen kwaad, de kleine kon niet verslaafd zijn of andere enge dingen. Met 38 weken zouden ze hem halen maar omdat ik echt niet meer kon en het zo slecht ging werd hij met precies 37 weken gehaald. Alleen ging dat niet zo makkelijk want mijn lichaam dacht “nu even niet.”

Om 07.00 uur begonnen ze en om 3.30 uur is hij pas geboren. Het was een zo relaxte ervaring toen hij eenmaal kwam ik zou het zo nog tien keer doen. Hij werd bij mij gelegd en dat gevoel was zo geweldig precies zoals iedereen altijd beschreef. Ik kon alleen maar zeggen “wat is hij klein.” Echt helemaal in de wolken. Maar toen ging alles heel snel.

Ik kan mij herinneren dat zijn navelstreng met een vaart werd doorgeknipt en hij eigenlijk meteen gereanimeerd moest worden. Na een tijdje ademde hij redelijk en kon hij naar de couveuseafdeling, niet veel later gevolgd door mij. Mijn man moest bij hem blijven zodat als er wel iets zou gebeuren in ieder geval één van zijn ouders bij hem zou zijn en niet allemaal vreemden of dat ze hem zouden kwijtraken. Negen dagen heeft hij  moeten blijven, toen was hij niet meer zo ziek van mijn medicijnen en mocht hij dus naar huis.

Bij nummer 1 moest ik niks van mijn eigen vlees en bloed hebben, bij nummer twee mocht iedereen naar hem kijken inclusief mijn man. Hij is nu anderhalf jaar en ik raak nog steeds compleet in de stress als hij alleen maar struikelt, terwijl ik bij nummer 1 ik nooit in de stress raak. Net alsof je meer van je kleinste houdt en wanneer je mensen het probeert uit te leggen luisteren ze niet eens je verhaal af voor ze roepen “Nee natuurlijk niet GEK”.

Het woord “GEK” zou op  mijn voorhoofd moeten staan. Hoe vaak ik dat de afgelopen tijd niet heb gehoord. Ik blijf gelukkig praten, geen woord over wat mij echt raakt natuurlijk, maar soms moet ik even checken of het nou heel raar is wat ik denk of zeg. Er is niks verandert behalve dat ik mij erger aan mensen die roepen depri te zijn omdat hun kleur lippenstift uitverkocht is of zo. Aan mij zie je niet dat ik zwaar depri ben, maar zodra de poppenkast verdwenen is kots ik van ellende. Hoe zwaar ik dit leven vind, hoe dom ik ben om van die kleine mensen te “nemen” en dus van ze te houden en hoe blij ik ben als deze ellende op een dag stopt en ik rust heb.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s