Rust was ver te zoeken

Ik heb als ik erop terugkijk eigenlijk een vrij afwijkend leven geleid. En niet maar een beetje maar in alles eigenlijk. Ik ben altijd anders geweest, heb me in ieder geval altijd anders gevoeld dan anderen. Als verlegen klein meisje, intelligenter dan goed voor haar was, enige blonde tussen twee overduidelijk Marokkaans ogende kinderen, en dan ook nog eens de middelste!

Een Marokkaanse vader die zelf ernstig in de knoei zat, nergens heen kon en voor zijn gevoel vastzat in een postitie waarin hij niet wilde zijn. Een vrije, extreem intelligente geest geketend aan een gezin, aan een baan waarin hij niet zijn potentie kon benutten, in een land waar hij niet wilde zijn. Daarnaast had hij een zeer slechte gezondheid, leefde met een kunsthartklep, slikte hierdoor te veel medicatie en bleef als een ketter roken en leven. Volgens mij was hij al jaren depressief.

Een Nederlandse moeder die een zwaar egocentrische inslag had en nog steeds heeft. Die totaal opging in het zorgen voor genoeg eten op de plank en het oplossen van de schulden en problemen die werden veroorzaakt door mijn vader. Want van gokken, drinken en andere vrouwen was hij ook niet vies. Doordat ze zich alleen met de zorgen bezig hield vergat ze dat ze ook nog voor haar kinderen moest zorgen, en dan niet alleen door middel van eten en een dak boven het hoofd, maar echt zorgen zoals ik geloof dat een moeder dat moet doen. Je kunt je voorstellen dat het bij ons thuis altijd verschrikkelijk gezellig was!

Mijn ouders dachten volgens mij ook dat problemen niet mee verhuisden. Ik heb nooit een thuis gehad en als mensen mij vragen waar ik vandaan kom zeg ik altijd “overal en nergens”, simpelweg omdat ik dat niet weet. Ik weet alleen dat ik in Zeeland geboren ben, toen naar Marokko (Casablanca) ben geëmigreerd, toen weer ben teruggekomen, een jaar bij mijn oma heb gewoond, verhuisd ben naar Biervliet, daarna naar een ander dorp (waarvan ik de naam niet eens meer weet), we toen een huis kregen in Terneuzen (waar we twee keer verhuisd zijn), we na een jaar of zo verhuisden naar Middelburg, mijn vader ging hierna werken als freelancer voor het Tolkencentrum waarvoor we naar Breda zijn verhuisd (omdat dat makkelijker was want hij moest het hele land door), in Breda hebben we in drie verschillende wijken gewoond.

Als ik alles bij elkaar optel, in ieder geval van wat ik nog weet kom ik uit op ongeveer 14 verhuizingen in mijn eerste 16 levensjaren. En op twee kleuterscholen, zes basisscholen en vier middelbare scholen.

Ik kan me weinig herinneren van al die jaren eigenlijk. Maar wel van mijn tienertijd, ik voelde me eenzaam, altijd heel erg alleen. Met mijn zus had ik eigenlijk alleen ruzie, ze was altijd hatelijk en gemeen tegen mij (daarin is weinig veranderd in de loop der jaren). Ze moest mij niet om haar heen hebben. En was zelf zelden thuis te vinden. En als ze er was dan was er niet alleen bonje tussen mijn ouders maar ook tussen mijn moeder en haar of mijn vader en haar.

Ik zocht daarom vriendschap, voor wat ervoor doorging dan, buiten de deur. Mijn vriendenkring in Breda bestond voornamelijk uit kinderen die net zo verknipt waren als ik zelf. Dus kleine boefjes, meiden die meer in het poolcafé hingen dan op school (ik dus ook). Vrijwel de hele bende bestond uit Surinamers, Antillianen (in minderheid), Marokkanen, Molukkers en hier en daar een autochtone Nederlander. We gingen uit van donderdagavond tot zondagochtend, ik dronk en blowde (in tegenstelling tot vele anderen in die tijd). Thuis schreef ik gedichten over doodgaan, verloren en eenzaam zijn, heb zelfs een paar bijna pogingen op mijn naam staan… maar durven deed ik het nooit. Een echte stereotype depressieve puber dus eigenlijk.

Ik vluchtte in de aandacht die ik van de jongens van de groep kreeg, hield zelfs een lijstje bij (als bewijs voor mezelf dat ik wel leuk was?) van alle jongens waar ik mee had gezoend. Ik fladderde van de een naar de andere, het is nog een wonder dat ik pas zo laat mijn maagdelijkheid verloor.

Op iedere school werd ik gepest en buitengesloten, tot ik op een dag in het tweede jaar van de LOM Mavo (want meer zat er niet in vonden ze toen) een jongen, een zitteblijver, van 1,80 (ik was toen nog maar 1,60 of zo en mager) tegen de grond sloeg, met 1 vuistslag. Toen was het afgelopen, ik kreeg van iedereen respect en leerde toen dat ik of erop moest rammen of een grote bek moest geven. Wat ik daarna ook volop deed. Het derde jaar van de Mavo heb ik op een reguliere school doorgebracht, ik wilde niet meer tussen die malloten zitten. Ik kreeg daar waarschuwing op waarschuwing en nadat ik een meisje in elkaar had geslagen (niet op school maar in de stad) werd ik op de laatste dag van het jaar van school getrapt. Ik moest dus terug naar de LOM.

Thuis ging het met de dag slechter en slechter, de ruzies leken over te gaan in andere ruzies. En mijn zus en broertje ontspoorden toen allebei. Ik haalde tenminste nog mijn Mavo diploma. Niet dat ik er iets voor hoefde te doen, ik was net voldoende aanwezig om mijn examen te mogen doen en de rest van de tijd hing ik in de stad, op rooftocht met “vriendinnen” of gewoon hangen in het poolcafé. Ik werkte al sinds mijn dertiende in een klein restaurantje en had dus geld te besteden. Niet dat ik in winkels veel kocht, als ik iets wilde hebben dan pakte ik het gewoon. Mijn geld gaf ik uit aan uitgaan en polen (iets dat ik in die tijd echt behoorlijk kon).

Na mijn examen begon ik aan een MBO opleiding, Sociaal Pedagogisch Werk. Ik moest toch wat en dit kwam uit mijn beroepen interessetest, alsof ik mij interesseerde in het zorgen voor andere mensen! Maar goed, ik viel dus in het eerste jaar al uit. Het ging thuis inmiddels zo slecht dat ik bij maatschappelijk werk terecht kwam. Die vonden de thuissituatie dermate ernstig dat ik in een pleeggezin ben geplaatst. Wat heb ik daar een heerlijke tijd gehad zeg! De rust en regelmaat die er heerste was af en toe beangstigend, want nu pas kwam ik erachter wat ik had gemist. Zulke ouders wilde ik ook, helaas was het maar tijdelijk. Ik kon nog steeds niet terug naar huis en omdat ik al 16 was kwam ik terecht in een kamer midden in het centrum van Breda, de kat op het spek binden heet zoiets. Ik was verdwaald, verdwaasd en verweesd in die tijd. Stopte met de MBO en ging naar het volwassenen onderwijs, eens de Havo proberen. Ik ging uit, flirte en nam jongens mee.

Tot ik omsloeg, ik dacht als ik nou teruggrijp naar de cultuur van mijn vader, misschien dat het dan goed kwam. Ik ging een hoofddoek dragen en kreeg verkering met een hele foute Marokkaan (een van de grootste criminelen van Breda). Die zelfs bij mijn vader om mijn hand ging vragen, ik was verloofd met 16 jaar. Toen hij me aanrandde was het over voor me, zelfs een hoofddoek bracht mij niet de rust die ik zo wanhopig aan het zoeken was.

Lees hier hoe het verder ging… Self Destructive Little Girl

Een gedachte over “Rust was ver te zoeken

  1. Indrukwekkend verhaal…Bijzonder, hoe verschillend levens kunnen verlopen….ik liep op mijn 18e stage in Het Poortje (jeugdgevangenis in Groningen) en kwam daar meiden zoals jij (toen was) tegen….die zaten daar voornamelijk civielrechtelijk, om hen te beschermen tegen de grote boze buitenwereld (en vnl. zichzelf, uiteindelijk)…..Ik vond die meisjes zó aandoenlijk, ondanks hun loeigrote waffel….maar eigenlijk waren het stuk voor stuk hele kleine meisjes die zo hunkerden naar wat aandacht…

    Ik heb het bij je vorige blog ook al gezegd: ik heb grote bewondering voor hoe jij jezelf weer omhoog hebt gevochten, je hebt het helemaal zelf moeten doen en dat ook gedaan. Heel knap.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s