Douaniers; Het Marokkaanse hondenras

Voor een ochtend was het behoorlijk warm in Tetouan. De zon scheen al vrolijk over de stad. Het was nog maar 07:00 uur. Voorzichtig trok ik mijn kleren aan. Ik durfde niet veel lawaai te maken, iedereen sliep nog. Voorzichtig sloop ik een etage lager. Daar kon ik douchen zonder iemand wakker te maken. Ik moest om 08:00 bij de grens van Marokko naar Ceuta staan om  iemand naar te Malaga brengen. Ik was mooi op tijd. Het wachten was alleen nog op Mustapha. Mustapha zou met mij meerijden. Gelukkig. De heenweg had ik iemand naast mij zitten. Terug was ik alleen. En alleen op een onbekende weg, door onbekende steden en onbekende dorpen is geen plezier. Mustapha had zich opgeofferd. Hij zou met mij meerijden. Ik hoefde dus niet alleen terug. Mustapha kende de weg ook als geen ander. Hij vertelde mij wel honderd keer deze weg gereden te hebben. Ik droogde mijzelf af en hoopte dat Mustapha wel op tijd zou komen. Het is en blijft een Marokkaan. Tijd was niet zo zijn ding.

Toen ik de badkamer uitkwam hoorde ik door de open ramen de auto van Mustapha de onverharde weg van onze straat inrijden. De auto van Mustapha was te herkennen aan het geluid. Alles wat vast hoorde te zitten aan zijn oude Mercedes zat los. Rinkelend en brommend reed hij door de straten van Tetouan. De auto was geen vreemde eend in de bijt in Tetouan. Ik geloof dat hij voor Marokkaanse begrippen nog een redelijke Mercedes bezat. Voor Mustapha was het wel een flinke stap terug. De winter reed hij nog een mooie Audi TT. Dat was verleden tijd. De Mercedes 240D was een feit. Ik trok snel een spijkerbroek aan en een polo. Met mijn slippers in mijn hand rende ik de trap af. Mustapha zat al op de motorkap van mijn auto te wachten. Hij keek mij lachend aan. “Had je niet verwacht hè? Ik ben gewoon op tijd!” Lachte hij mij toe. Ik opende de auto en keek vluchtig op mijn horloge. Ik had veertig minuten om bij de grens te komen. Dat was met groot gemak te halen. Ik startte de auto en keerde de auto in de smalle straat. Mustapha begon direct met de knopjes van de radio te spelen. Ik vroeg hem hoe we moesten rijden. “Zal ik over de snelweg gaan of binnendoor, Mustapha?” Hij wist het zelf ook niet. “Zal het nu druk zijn op de snelweg?” vroeg hij aan mij. Ik draaide mijn raampje open. Ik vond de weg binnendoor mooier en loog tegen Mustapha dat de snelweg waarschijnlijk heel druk zou zijn. We hadden toch tijd genoeg. De vlucht van de man die wij weg moesten brengen was pas over twaalf uur. Tijd zat dus.

Beginnend bij M’diq reed ik in een rustig tempo via Restinga naar Fnideq. Mustapha vertelde tussen het Michael Jackson zingen door in een mengelmoes van talen dat voor de nieuwe snelweg er was, dit de enige weg was. Hij vond het rustgevend om deze weg te rijden. Hij had veel fijne herinneringen aan deze weg en de kustplaatjes die wij passeerden. Neuriënd op de muziek wees hij tot tien keer toe het mooiste plekje van Marokko aan. Bij de grens aangekomen kwam ik op een idee. “Als jij nou langzaam de auto naar voren rijdt, sluit ik mij vast aan in de rij om een stempel te halen. Goed?” Vroeg ik aan Mustapha. Hij knikte. Ik stapte uit de auto. De hitte sloeg zijn armen om mij heen. Het was druk bij de grensovergang. Er stonden vrouwen in alle soorten en maten. Honderden vrouwen in een rij om de grens over te steken. Allemaal wilde ze goedkoop boodschappen doen in het Spaanse gedeelte van Marokko. Vrolijk stonden de vrouwen met elkaar te kletsen. Ik kon gelukkig in een andere rij aansluiten. Mustapha en ik hadden een Europees paspoort. In de rij waar ik mocht aansluiten, stonden ongeveer twintig mensen te wachten. In de schaduw sloot ik aan.

Leunend tegen een hekje sloeg ik gade wat er aan de andere kant gebeurde. De kant van de honderden Marokkaanse vrouwen en meisjes. De kant waar je niet wilde staan. De vrouwen waren aan het kletsen en lachen. Het was een mooie ochtend. Ik vroeg aan een langslopende douanier hoe lang die vrouwen gemiddeld staan te wachten. Hij lachte mij toe:”Sommige staan hier al om half zes ’s ochtends, de ezels.” Ik keek weer naar de vrouwen en noemde de douanier sukkel in mijn hoofd.

Het gekakel van de vrouwen werkte bij de Marokkaanse douaniers duidelijk op hun zenuwen. Onrustig en zoekend naar problemen liepen er tientallen douaniers rond. Ik keek achterom en zag dat Mustapha al bij mij in de buurt kwam met de auto. Zo nu en dan klonk er een hels getoeter omdat er weer iemand niet op zat te letten. Toeteren is een favoriete bezigheid van de Marokkaan. Het duurde niet lang of de douaniers hadden een slachtoffer gevonden. Schreeuwend beet hij een kleine vrouw van ongeveer veertig jaar toe dat als ze niet in één lijn bleef staan ze klappen kon krijgen. De vrouw stapte geschrokken terug in de rij. Ze bood twintig keer haar excuses aan en wendde haar blik tot de grond. De rij Marokkaanse vrouwen kwam in beweging. Ze mochten per tien de grens over. Ze moesten eerst hun paspoort laten zien aan een douanier. Een douanier die daar helemaal alleen stond om honderden paspoorten te controleren, het was vragen om problemen. Alle vrouwen wilde tegelijkertijd de grens oversteken. De douanier kon het niet meer aan en sloot het hek. Hij schreeuwde naar de vrouwen dat iedereen moest blijven staan in één rij. Vanaf de andere kant zag ik een vijftal douaniers aankomen rennen. Ze trokken hun wapenstokken en begonnen lukraak met de stokken om hen heen te slaan. Ze raakte alles wat bewoog. Met hun legerkisten trapte ze de vrouwen lachend naar de grond. “Hadden we jullie niet gewaarschuwd?” Schreeuwde de douanier die de baas scheen te zijn. Ik zag een vrouw in elkaar zakken op de grond. Ik wilde naar haar toe lopen, en op dat moment werd ik met kracht terug getrokken. Ik keen achterom en zag Mustapha staan. “Ik moet die vrouw helpen, oom” stamelde ik naar Mustapha. Mustapha slaakte een zucht en zei: “Je moet niets, Rachid. Wie ben jij? Wil je ook klappen krijgen? Stempel de paspoorten maar. We zijn al laat.”

Ik stapte in de auto en keek naar de arme vrouw die daar op de grond lag. Met tranen in mijn ogen sloeg ik mijn deur terug en zei zachtjes: “Honden!” Ik reed over de grens en terwijl de Spaanse douanier checkte of ik niet gezocht werd door Interpol, keek ik nog een keer over mijn schouder. De vrouw werd net opgetild door een andere vrouw. Gelukkig, ze kon nog lopen.

2 gedachtes over “Douaniers; Het Marokkaanse hondenras

  1. Ik herken dit wel, echt een mensonterend tafereel! “Honden” vind ik eigenlijk nog te zacht uitgedrukt. Alhoewel het in het Arabisch, heel vernederend is, om iemand een hond te noemen. Ik zou zeggen……ze zijn lager dan honden….veel lager.

  2. In mijn vorige blog had ik ook al gescholden. Ik probeerde het nu netjes te houden. Ik vind ‘Honden’ wel een mooie omschrijving. Ik weet niet hoe ik ze beter kan omschrijven zonder te (echt) te schelden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s