De man in mij

Als ik een jongetje was geweest, had ik Danny geheten. Danny Bos. Voluit mr. Danny Bos, je moet er niet aan denken.

Schrik niet! Deze blog gaat niet over transgenderisme of sexuele verwarring; ik ben geen man gevangen in het lichaam van een vrouw en ik val ook niet stiekem op vrouwen. Deze blog gaat over mijn voorkeur voor het gezelschap van mannen.

Ik ben nooit een meisje-meisje geweest. Ik zat niet op ballet of turnen, droeg geen Oilily (of een goedkope kopie daarvan) en had geen barbies. Roze is nooit mijn lievelingskleur geweest en tot mijn 10e had ik kort haar. Ik heb mijn moeder moeten smeken of ik het mocht laten groeien. Deed ik dan helemaal geen meisjesdingen? Jawel: ik zat op paardrijden. It doesn’t get more girly than that

Op mijn 13e verruilde ik het paardrijden voor honkbal. De kenners onder u denken nu “ze bedoelt natuurlijk softbal”, maar nee. Ik zat in een honkbalteam met allemaal jongens. En ik was de catcher. Voor de niet-kenners: dat is zo ongeveer de stoerste positie. Je vangt klappen op, zowel van de door de pitcher geworpen ballen als van de tegenstander die de thuisplaat wil bereiken en vindt dat jij in de weg staat. Tegenstanders die ons voor het eerst zagen, wisten niet wat ze meemaakten: een meisje! Een meisje dat catchte, ook dat nog. Ik was een bezienswaardigheid. En ik kreeg de nodige aandacht, aangezien de tegenstanders een leeftijd hadden waarop ze net bomvol hormonen zaten. Hoe ik daarmee moest omgaan, wist ik niet echt. Ik negeerde het. Hormonen zijn kennelijk niet besmettelijk. En toch vond ik het fijn in dat team. Mijn teamgenoten beschouwden me als één van de jongens. Ik mezelf ook.

Ik hou ervan om me te meten met mannen. Zo heb ik regelmatig met mijn vader bodychecks gedaan, gewoon voor de fun. Mijn vader, 1.85 m en dik over de 100 kilo, won dat lang niet altijd. En met mijn ex, een razendsnelle motherfucker, trok ik altijd sprintjes van de bushalte naar huis. Mijn favoriete kamergenoot ooit op het werk: een man. En wat voor één! Toen we eenmaal doorhadden dat we van hetzelfde soort waren, schroomden we er niet voor om in elkaars bijzijn dagelijks flink te boeren en obsceniteiten uit te kramen. Groot was dan ook de verwarring toen hij een keer onze kamer binnenkwam en zei: “Godverdomme Bossie, wat ben je toch een lekker wijf!” Maar het was geen probleem. Mannen onder elkaar kunnen alles tegen elkaar zeggen.

Ik luister het liefst naar muziek van mannen en ga alleen naar mannelijke comedians en caberetiers. Vrouwen zijn namelijk niet grappig. En ook op het internet praat ik het liefst met mannen. Eén van mijn internetmatties noemt mij zelfs zijn “boy”, omdat ik van hiphop houd en van voetbal (denkt hij). Mannen zijn direct, hebben harde humor en zeiken niet. Nou ja, totdat je ze afwijst. Want mijn voorliefde voor het mannelijk gezelschap heeft ook één groot nadeel: mannen denken vaak dat ik meer van ze wil dan alleen vriendschap.

In tegenstelling tot wat de titel van mijn blog misschien doet vermoeden, ben ik geen slet. Ik kreeg mijn eerste zoen op mijn 15e, rommelde voor het eerst op mijn 17e en had voor de eerste keer sex op mijn 18e. Ik heb, met uitzondering van een paar one night stands, altijd relaties gehad die jaren duurden. Ik merk echter dat mannen, mannen die mij aantrekkelijk vinden tenminste, op de één of andere manier zijn geprogrammeerd om de interesse die ik toon automatisch uit te leggen als krolsheid. En daarin verschil ik dus van de gemiddelde man: ik geloof namelijk wel in platonische vriendschap tussen mannen en vrouwen. Ik wil niet met je cyberflirten, ik wil je dissen. Gewoon voor de fatoe. Ik wil je geen pikante foto van mezelf sturen, ik wil met jou de per ongeluk op het internet belande pikante foto’s van anderen belachelijk maken. Ik wil niet met je neuken, ik wil samen boeren. Boks!

13 gedachtes over “De man in mij

  1. Hahaha, kostelijk. Wij lijken wel wat op elkaar, jij en ik. Alleen mocht ik ook wel met barbies klooien en wat jurkjes dragen, dat wel. Enneh, catcher stoerst? Wat dacht je van 3 met al die kanonskogels die je om de oren en tussen de tanden vliegen?

  2. “Mijn vader, 1.85 m en dik over de 100 kilo, won dat lang niet altijd.”
    Jajaja je hebt nooit begrepen dat vaders kinderen ook wel eens laten ‘winnen’, dat motiveert.
    Jij kreeg met die miezerige 60-70 kg’tjes nooit die mastodont van 110+(toen) van zijn plaats.
    Maar leuke column, dat wel!

  3. Hahahaa, ik lig in een deuk!!!!
    Nooit goed opgelet bij natuurkunde meissie!
    Je zet met een bepaalde massa nooit en te nimmer twee keer zoveel opzij!
    Ja als je heel sneaky een beuk uit deelt, als iemand er niet op verdacht is.
    Maar als jij dat wilt:

    Ja het is haar 1 of 2 keer gelukt, zoe goed? Boks!

  4. Hahaha, ditto! Ik was er ook zo één die tegen de muren stuiterde, geen rokjes wilde, alleen met autootjes speelde en in bomen klom. En ook ik trek het beter met mannelijk gezelschap! By the way, hoe is het met ex-collega M?

  5. Ik had Lars geheten, heb het nog even geverifieerd. En ik zat meer in de boom dan op de grond…Ik nam wel altijd een boek mee naar boven, ik was naast het klimmen ook altijd dwangmatig aan het lezen. Kon (je gelooft het nu niet meer) het hardste rennen van de hele school. Kon en kan heel goed opschieten met de mannen, lekker recht voor zijn raap en duidelijk! En van boeren ben ik niet vies, vooral na een biertje…

  6. haha zo herkenbaar! (op het boeren na dan) maar verder.. altijd one of the guys geweest, zat op Muy Thay dus ook een bezienswaardigheid voor de voornamelijk Marokkaanse populatie (paardrijden come on!!) en ook hier elke keer weer het gezeik dat mannen verliefd op me werden terwijl ik ze helemaal niet zo zag!

    Best apart te lezen dat ik niet de enige met deze afwijking ben!

  7. Geweldig!!!! En ook heel erg herkenbaar!! Geef mij alsjeblieft mannelijke collega’s!! Die schieten niet zo snel in de stress als je iets niet zo voorzichtig zegt, of een dubbelzinnig grapje maakt. En ze roddelen wel (JAzeker), maar lang niet zo vinnig en sneaky en achterbaks als (veel) vrouwen. Zonder dat ik iemand heb willen beledigen natuurlijk.
    (Lange tenen maar gauw intrekken, dames!!;))

  8. Haha leuke tekst! Ik kreeg er een gulden voor en ging nóg huilend naar school toen mijn moeder me op zesjarige leeftijd in een minirokje propte. Soms heb ik ook de neiging om mijn hoofd kaal te scheren. Volgens mij zijn we allemaal een beetje man. De een meer dan de ander ;p Zou trouwens Said hebben geheten als ik een jongen was geweest.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s